Gemmule

Definitie
naamwoord, meervoud: gemmules
(botanie) Een kleine gemma; een door gemmatie geproduceerde knop.
(zoölogie) Een celmassa die in staat is om slapend te blijven en zich later tot een nieuw individu ontwikkelt.
(evolutie) Een hypothetische eenheid die vroeger werd verondersteld te fungeren als drager van erfelijke eigenschappen, zoals gepostuleerd door Charles Darwin in zijn theorie van de pangenese.
Aanvulling
In de plantkunde verwijzen gemmules naar de ongeslachtelijke voortplantingsstructuren in sommige planten, zoals de knoppen van mossen en de sporen van hydra’s.
In de zoölogie worden gemmules geproduceerd door sponzen die tijdens de winter slapend kunnen blijven, en zich dan later tot nieuwe sponzen kunnen ontwikkelen.
In de pangenese zijn gemmules denkbeeldige deeltjes van de erfelijkheid, die door Charles Darwin zijn bedacht om de erfelijkheid te verklaren. Gemmules zouden van elk deel van het lichaam worden afgestoten, vrij in de bloedbaan circuleren en zich naar de geslachtsklieren verplaatsen waar zij zich ophopen in de kiemcellen. Zij worden verondersteld in slapende toestand van de ouder op de nakomelingen te worden overgedragen totdat atavisme optreedt. Gemmules worden ook wel pangenes genoemd.
Woordoorsprong: Frans, van Latijn gemmula, verkleinwoord van gemma, knop.
Zie ook: pangenese.

Leave a Reply